Te beluisteren:
zondag 11:00 - 13:00 uur bij
ROS-Kabelkrant,
ZIGGO kanaal 43 en
maandag van 19:00 - 21:00 uur bij HTR
en natuurlijk
24 uur per dag via onze website.

Bossche Monumenten 2019

023. Vertrouwen in technologie

Ed Hupkens
Auteur: Ed Hupkens  Met dank aan de Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch

FotoBM 023De overkappingen van het Bossche station zijn een rijksmonument. Foto: Josephine Peren

In de negentiende eeuw werden spoorlijnen en stations in Nederland aan de rand van de stad aangelegd. Een station bestond veelal uit een monumentaal stationsgebouw met daarachter, buiten de stad, de overkappingen van de perrons. De overkappingen van het Bossche spoorstation aan het Stationsplein zijn sinds september 1995 een rijksmonument. ‘s-Hertogenbosch heeft in totaal vier stations gekend.

De stationskappen dateren uit de periode 1894-1896 en hoorden bij het vroegere, tweede stationsgebouw (1896-1944) van de architect E.G.H.H. Cuypers. Het ontwerp van de kappen was van de spoorwegingenieur G.W. van Heukelom. De Koninklijke Nederlandsche Machinefabriek v/h E.H. Begemann uit Helmond voerde de constructiewerkzaamheden aan de perronoverkappingen uit.

De kappen aan de perrons 1 en 2 zijn in meer dan één opzicht uitzonderlijk. Bijzonder is hun enorme lengte van ruim 450 meter elk. Nog maar enkele jaren daarvoor kwam in 1889 de zuidkap van Amsterdam Centraal Station gereed. Deze kap was op dat moment met zijn lengte van 306 meter de langste stationskap ter wereld. Daarnaast zijn de Bossche kappen als eerste in Nederland uitgevoerd in staal, of zoals dat toen heette basisch vloei-ijzer. Daarvóór werd welijzer toegepast. Beide kappen bestaan uit een hoog middendeel, geflankeerd door een lagere overkapping. De constructie bestaat uit gebogen vakwerk-kniespanten, gekoppeld door vakwerkgordingen. In de hoge kappen zijn de spanten dubbel uitgevoerd, in de lage enkel. De spanthelften en gordingen werden in de machinefabriek van Hegemann vervaardigd en vervolgens op de bouwplaats gemonteerd. Als verbinding tussen het eerste en tweede perron werd in 1896 een voetbrug aangelegd met trappen en hellingbanen. Rond 1906 werd ter hoogte van de voetbrug een naar weerszijden uitkragend seinhuis in de nok van de kap van het tweede perron toegevoegd.

Het stationsgebouw werd bij de bevrijding van de stad in 1944 zwaar beschadigd, de twee stationsoverkappingen bleven echter grotendeels gespaard. In 1952 werd begonnen met de vervanging van de ruïne van Cuypers voor het derde station van S. van Ravesteyn (1952-1995). De passerelle van het nieuwe station doorsnijdt met zijn breedte van 15 meter de kappen zodanig, dat er per kap één hoog spant moest wijken. De voetbrug van Van Heukelom met de karakteristieke hellingbanen en het seinhuis hadden hun functie verloren en werden gesloopt. In 1997/1998 zijn de historische kappen gerestaureerd en in hun oude glorie hersteld.

 

© 2011 - 2020 'n Lutske Brabants - donderdag 27 februari 2020 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft - Sponsor: Frans van den Bogaard