Iedere zondag en woensdag
van 11:00 - 13:00 uur bij
ROS-TV-krant,
ZIGGO kan. 43 en Trinet kan. 532
Iedere zondag van 13:00 - 15:00 uur
en dinsdag van 12:00 - 14:00 uur bij
Lokaal 7, FM 107.4 en Lokaal7-app
en maandag van 19:00 - 21:00 uur bij HTR - ZIGGO Kanaal (1)917
en natuurlijk 24 uur per dag
via onze website.

Gedichtenbundel 'Ruudjes'

Ruudjes - H

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Ruud

Haast
Niemand heeft tijd voor ’n ander over,
moet nog van alles doen,
dat loopt maar te jachten, kan nergens wachten,
maar dendert door, vergeet z’n fatsoen.
Want iedereen wil elk moment gebruiken,
heeft het verschrikkelijk druk,
woekert met uren, het mag niet lang duren,
die zoektocht naar levensgeluk.

Haha
Ze vroeg waarom ik lachte,
maar ik stond in gedachten,
te denken aan dat verre oord,
waarheen mijn mooie dromen,
heel graag te samenkomen,
als ze niet wreed worden verstoord,
door een zo’n halve zachte,
die vraagt waarom ik lachte. 

Haast u stilletjes
Bij ons thuis ging alles op een sukkeldrafje,
elfendertigst was ons aller sleutelwoord,
daarom woonden we ook op een achterafje,
op ’n plek waar niemand ooit van had gehoord.
Bijgevolg was er geen mens ooit overspannen,
iedereen die liet gewoon zoals het was,
zonder dure magnetron of snelkookpannen,
haastigheid kwam niet in onze kraam te pas.
Hollen vonden wij te gek om los te lopen,
wandelend bewogen wij ons, poot voor poot,
zelfs de slakken kwamen ons voorbij gekropen
en aan spurten hadden wij een broertje dood.
Onze toom van kippen legde langzaam, lijzig
en de koeien gaven melk druppelsgewijs,
niemand had, de klok rond, een horloge bij zich,
omdat tijd niet telde in het paradijs.

Harmonie
Solitair presteer je maar ’n schijntje,
samen bouw je ’n huis als een kasteel.
In je uppie ben je maar ’n kleintje,
hand in hand volbreng je juist heel veel.
Heel alleen dan kun je het niet halen,
wel tezaam in goede Harmonie.
Zonder gids zul je beslist verdwalen,
met z’n allen lukt het een-twee-drie.

Hart en ziel
Leef gezond en eet geen dieren,
haal je voeding van het veld,
spaar je lever, hart en nieren,
kies geen eieren voor je geld.
Je zult nooit de eindstreep halen,
met te vet, te veel, te vol,
zo’n menukaart vraagt om kwalen,
en je lijf betaalt de tol.

Hart voor hout
Hart voor hout is snoeihard nodig,
voor ’t natuurlijk evenwicht.
Actie is niet overbodig,
straks is het te laat wellicht.
’t Sparen van de groene longen,
is voor d’aarde het behoud.
’t Feit is ernstig en voldongen:
Hart voor hout is goed voor ’t woud.

Hebban olla vogala nestas (anno 1000)
Alle vogels hebben nesten,
slechts de Koekoek heeft er geen,
legt ’n ei, ondanks protesten,
er bij al z’n buren een.
‘tIs ’n slim en stiekem beestje
en ze doet het heel gehaaid,
fopt ’n merel of ‘n meesje
en geen haan die er naar kraait.
Zo wordt ieder Koekoekskuiken,
door ’n kunstkloek uitgebroed,
het kan zorgeloos ontluiken
en wordt gratis opgevoed.

Hebben en houwen
We willen ons hebben en houwen niet kwijt,
want al wat je hebt wil je houwen,
niet slechts voor ’n poosje, maar ’t liefst voor altijd,
al wat we bijeen konden sjouwen,
al staat het op zolder, dik onder het stof,
onzichtbaar door de spinnenwebben,
alsof het ’n schat van jewelste betrof,
we wilden het ooit persé hebben,
en als we straks naar het verpleeghuis toe gaan,
omdat we’t niet meer kunnen rooien,
dan kun j’op je achterste poten gaan staan,
maar ‘tgaat naar de markt als vlooien.

Heel Holland bakt voor Vaderdag
Waar zou vader blij mee zijn,
da’s de vraag in veel gezinnen,
bier of whisky, port of wijn,
of dit jaar iets nieuws verzinnen?
’t Oudvertrouwde is wel safe,
stropdas, 'n paar wollen sokken,
of toch maar weer aftershave,
dat is risicoloos gokken.

Maar het zit niet in geschenken,
'tls de'intentie die't 'm doet,
alleen door 'ns aan hem te denken,
geeft 'n vader goeie moed.
Dus geen stropdas; pet of sokken,
en zo'n vaderdag is fijn,
hij hoopt dat en wil niet jokken,
er vaker vaderdagen zijn..

Heidense Kerst
Kerstmis, van huis uit, ’n heidens festijn,
van bomen en bergen aanbidden,
beden, verzuchtingen bij maneschijn,
om ’n hoog brandend vuur in hun midden.
’n Godsdienstig feest was het daar, in ’t woud,
van schreeuwen en schreien en schransen.
Ook Kerstmis is nu, op de keper beschouwd,
’n party van drinken en dansen,
met brandende kaarsen, ‘n boom uit het bos
en eten, totdat we’r van balen.
Desnoods gaan de knopen en ritsen maar los.
Geschiedenis blijft zich herhalen.

Herders en koningen
Herdertjes zijn er al zolang ik weet.
Herdertjes maakten Kerstmis echt compleet.
Herdertjes bij de kudde en al die engeltjes in hun vlucht.
Herdertjes met hun schaapjes in de wei.
Herdertjes maakten Kerstmis zonnig blij.
Herdertjes bij de stal en al die engeltjes in de lucht.
Herdertjes in de nacht door weer en wind.
Herdertjes zochten het pasgeboren kind.
Herdertjes vonden het in ‘n kribbe in ’n armetierige stal.
Herdertjes waren er als eerste bij.
Koningen stonden toen nog in de rij
Koningen die staan nu vooraan, zowel hier als overal.

Herfst
Na de langste dag, mag iedereen weer dromen,
van hete bliksem, prei en wortelstamp.
Liefhebbers van snert, gaan aan hun trekken komen,
de zon devalueert tot schemerlamp.
Echter ook de herfsttijd kent z’n knappe kanten,
de kleuren zijn niet meer zo excessief.
de herfst toont tinten met meer bruine varianten,
niet zó frivool maar net zo creatief.
Ook het vrouwvolk kleedt zich warm en minder fleurig,
appetijtelijk desalniettemin.
Al zijn Pluvius en kornuiten sikkeneurig,
verwoed toch houden wij de moed er in.

Herfst
Als de boom haar groen verliest en voor kale takken kiest
als de stormwind brult en briest, voel je ’t in je knoken.
Als de vogeltrek begint, vogels vluchten voor de wind,
zuidwaarts trekkend, eensgezind, lijkt het afgesproken.

Als je strompelend over straat, door de dorre blaren waadt,
voorproef van wat komen gaat, smeek je: heb erbarmen .
Ben je minder winterhard, vreest de ijselijke smart,
leg dan vast je kruik apart, om je te verwarmen.

Is de winter dan toch daar, ben je net als ieder jaar,
al je schrik en je bezwaar, in ’n mum vergeten
Als je van de sneeuw geniet en de mooie plaatjes ziet,
jodel je het hoogste lied, wilt van kou niets weten.

Herfst
Het jaar is z’n borstrok aan ’t zoeken,
’t heeft meer dan genoeg zon gebaad,
meteen ook z’n warmende broeken,
het weet wat hem te wachten staat.
Het ziet dat z’n nachten toenemen,
’t is ’s morgens niet meer zo vroeg dag,
de herfst die z’n rechten gaat claimen,
mengt zich in de uitputtingsslag.
Wij kunnen ons er niet in moeien,
we zien wel wat gaat en wat komt,
of dagen gaan krimpen of groeien,
en puntje bij paaltje ooit komt.

Herfst
’t Is uit en over voor de blommen
en met de pracht die hen omgaf.
Nog staan ze daar in dichte drommen,
maar ‘t allermooiste is eraf.
Ze lieten ons volop genieten,
’n hele, zoele zomer lang.
Nu gaan ze allemaal pierewieten,
uit beeld verdwijnen, onder dwang.
Het blad dat ritselt van de bomen,
verkleurd, verschoten en verdord.
Dat is dan toch mooi meegenomen,
omdat het straks weer humus wordt.

Herfst

Als de snert op het vuur staat te dampen,
het aroma dat trekt door het hele huis
en als moeder de stamppot gaat stampen,
is het feest rondom moeders fornuis.
Als de bijen niets meer kunnen vinden
en chagrijnig hun taak hebben neergelegd,
krijgen lelie, lavendel en linde,
tot de lente hun baan opgezegd.
Als de bomen hun blad laten vallen,
heel de straat is bedekt met ‘n kleffe brij.
Alle koebeesten gaan naar hun stallen
en ‘t wordt stilaan wat stil in de wei.
Als de mensen weer dassen gaan dragen,
en je file moet staan bij de drogist,
je de kou aan je vingers voelt knagen,
wordt het herfst, tijd voor ’n trappist.

Herfst
Bij het bruinen van de blaren,
en het vallen van het blad,
roepen wij al zoveel jaren:
wat ’n kleren zooi is dat.
Maar als regen dan blijft spetteren,
ons de wind in d’oren toet,
laten wij de kachel knetteren
en is’t leven toch weer goed.

Herfst
Druiven, wijn en bonte kleuren,
dat is de oktobermaand,
bladeren in alle geuren,
einde zomer, herfst aanstaand.

Zonnestralen afgemeten,
dagen kort en nachten lang
hoogtij voor de weerprofeten,
stormachtige overgang.

Zelfs dan kan het leven mooi zijn,
als je ‘t fijne er van ziet,
fraai gevormd kan wintertooi zijn,
ook al schijnt de zon eens niet. .

Het Eigenheimerslied
Eet en drink en leef en lach,
doe maar alles wat je wilt,
‘tis misschien je laatste dag,
zorg dat je geen tel verspild.
Doe maar waar je zin in hebt,
als een ezel in het kwadraat,
wie zich als ’n haasje rept,
die is nergens ooit te laat.
Zet de boel maar naar je hand,
en heb lak aan iedereen
geef niet aan de collectant
en nooit iemand iets te leen.
Sluit je voordeur en je hart,
leef je leven strikt privé,
houd je eigen kerk apart,
ook je tempel of moskee.
Het gaat in één moeite door
en je krijgt ook nog respons,
als je meezingt met je koor:
“Elk voor zich en God voor ons”

Het geheim van Kerst
De herdertjes lagen te wachten,
ze wisten alleen niet op wie,
ze droomden in winterse nachten,
van iemand uit hun fantasie.
Geen mens die het hun kon vertellen,
geen die ‘r het fijne van wist,
ze konden slechts veronderstellen,
er werd wel van alles gegist.
Plots riep daar die stem uit de wolken:
’n Goddelijk kind wordt gebaard,
die koning wordt van alle volken
en heerser van alles op aard.
Dat klonk sowieso fabelachtig
en was het ook wel bovendien,
maar ’t was voor die herders te machtig,
dat konden ze niet overzien.
Ze hebben de hoop laten varen,
al deed het hen heel wat verdriet.
Wij weten, zelfs na zoveel jaren,
het fijne er van ook nog niet.

Het is weer zo ver
De boom staat er weer, met z’n piek en z’n pakjes,
z’n blinkende ballen, z’n engelenhaar,
z’n glimmende slingers, de sneeuw op de takjes,
hij is al weer groter dan ’t vorige jaar.
de stal is nog net zo als toen: armetierig,
de os en de ezel weer van de partij,
de herdertjes vinden het altijd plezierig,
en komen met allerlei etensgerei,
ze laten hun schaapjes maar heel eventjes jengelen,
als ze naar ’t kind in ’t stalletje gaan.
Plots hoor je van ver ‘t gezang van de engelen,
en dan komt er ook nog ‘n stel koningen aan.

Weer
Het weer is in de war, het weet niet wat het wil,
geen sneeuw of ijzel valt er te bekennen,
de winter die is zoek, het lijkt soms wel april,
je zou de kou warempel gaan ontwennen.
Geen ijs op de sloten, geen bloemen op de ruit,
de bomen , ja die staan wel vol met knoppen,
de boer en De Bilt komen er ook niet meer uit,
de hemel is ons grondig aan het foppen.

Hij komt
De Sint is veranderd, is veel minder streng.
De Pieten zijn aaibaar en niet meer zo eng.
De roe is verdwenen, de zak is geen crime.
De intimidatie volslagen miniem.
Niet half zo dreigend als toen, in mijn jeugd.
Ooit was ’n pak slaag nog ’n prikkel tot deugd.
Nu is ’t bezoek van de Sint één groot feest.
De pakjes zijn groter, de roe is geweest.

Historie
De jaren van zwaarden en paarden,
van moedige mannen van staal,
die vrouwen als roofgoed vergaarden
en leefden naar eigen moraal,
zijn lang reeds voorbij en vergeten
en enkel nog geschiedenis.
rest slechts nog ’n flits uit het verleden,
maar net goed genoeg voor ’n quiz.

Hittegolf
De zomer voert ’n schrikbewind,
de zon die brandt barbaarser,
de schaduw wordt je beste vrind,
het water wordt steeds schaarser.

Geen enkel wolkje in’t verschiet,
toch eentje, zonder water,
’n vloek en bidden helpt je niet,
we hopen maar op later.

Haast al het leven is gesneefd,
in vennen en in meren,
de enkele vis die nu nog leeft,
moet weerom zwemmen leren.

Hoekje
Tact is traject tot ’n beter bestaan,
het leven is kiezen of delen.
Zuinigheid biedt je het woongerief aan,
van huizen zo groot als kastelen.
Jubel maar: het kan voor mij niet meer stuk,
ik smul van m’n tafeltje-dek-je.
Groot toch is geen synoniem van geluk,
zoek dat in ’n klein woonvertrekje.

Hof van Eden
’n Adam en Eva, die hadden haast niets,
geen huis of geen haard om te branden,
ze maakten hun bulletjes van zomaar iets,
alleen, zonder hulp, met hun handen.
Ze hadden geen zorgen, om eetwaar of drank,
het voedsel viel zo uit de bomen,
belasting kwam lang naderhand, godzijdank,
het luchtruim was hun onderkomen.

’n Eeuwigheid later is er veel te veel,
ondoenlijk om te selecteren,
alleen krijgt nou niet iedereen nog z’n deel,
’n fout in het distribueren.
Voortdurend is er ’n boel volk op de vlucht,
op zoek naar zo’n lustoord van heden,
maar waar vind je nou nog die hemelse lucht
en sfeer van ‘t oude Hof van Eden.

Hollandse zomer
De ene dag ’n blootnormale zaak
en daags daarna is’t klappertanden.
De regenbuien zij spelen lukraak,
hun spel met barometerstanden.
De zon zou moeten helpen met het hooi,
maar die is zuinig met z’n stralen.
Dat wordt warempel nog ’n nog zwaar emplooi,
om de zomer uit z’n dip te halen.

Geluk
Honden poep niet,
Op de stoep niet,
Ook niet op het zebrapad.
Als je’t kwijt moet,
Als je’t weg doet
Zijn er best wel plekken zat
Waar j’er af kan
’t geen kwaad kan
en geen mens er in gaat staan
Hou de stoep maar
Goed begaanbaar,
Da’s toch niet zo’n hondenbaan.

Hoop
Daar zijn de jonge sprietjes,
het eerste lentegroen,
’t zijn nog maar akkevietjes,
die ik hun best zie doen.
Maar na het lanterfanten,
gordt de natuur zich aan,
bewijst naar alle kanten:
natuur is ’n vulkaan.
Want alles gaat weer groeien,
straks krijgt de tuin iets bonts.
De zon die zich gaat moeien,
lokt alles bovengronds.

Houtje
Die drie dagen carnaval vlogen voorbij.
Dat wordt weer ’n jaartje lang wachten.
Het was, zoals steeds, ’n gigantisch karwei.
Ons rest nog: ’n harinkje slachten.
Nu komt er ’n nuchtere, matige tijd,
van vier weken hongeren, vasten.
Zo’n kater die ben je niet een twee drie kwijt,
na het lustige volgen de lasten.
Het slokken en schrokken is even gedaan,
wel eten en drank rantsoeneren,
maar ginder komt dan toch het paasfeest weer aan.
waarbij we ons nogmaals trakteren.

Huismus
Als ik al m’n buurlui zie vertrekken,
wil ik ook best ‘ns hier vandaan,
eens, exact als zij, m’n benen strekken
en wat grenzen te buiten gaan.
Maar ‘k ga niet weg zonder m’n krielen,
m’n parkietjes laat ik niet alleen,
m’n eigen sponde blijft me bezielen,
zonder m’n tuin ga’k nergens heen.

Hulp nodig
Vang me op voor ik ga vallen,
reik me dan op tijd de hand,
zie je dat ik sta te tobben,
help me van m’n trammelant.
Als ik dreig te gaan verdwalen,
wijs me dan opnieuw de weg,
waarschuw mij voor de gevaren,
voordat ik het loodje leg.
Houd ’n oogje op mijn eten,
niet te zout en niet te zoet,
maar waag niet mij voor te schrijven,
hoe ‘k mijn leven leven moet.

Huwelijk
Lieve Dames, sta me toe, dat ik uw doopceel licht,
ik doe het zachtmoedig, met ’n vriendelijk gezicht.
Eens schiep men het vrouwtje, uit ’n botje van ‘n man
en die kleine ingreep doet nog zeer zo nou en dan.
Huwen kan de hemel zijn, ook af en toe ’n hel.
Meestal lukt het best met ‘n beklonken rollenspel.
Eentje heeft de broek aan en de ander vindt dat goed.
Ideaal is wel het samenspelen op gelijke voet.
Leven met ’n vrouw, dat is ’n hachelijk bestaan,
toch begint haast elke man er vastbesloten aan.
Goeie vrouwen dat zijn prijzen in de levensloterij,
weet, voor je gaat gokken: er zijn ook veel nieten bij.


© 2011 - 2022 'n Lutske Brabants - zaterdag 21 mei 2022 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft - Sponsor: Frans van den Bogaard