Iedere zondag en woensdag
van 11:00 - 13:00 uur bij
ROS-TV-krant,
ZIGGO kan. 43 en Trinet kan. 532
Iedere zondag van 13:00 - 15:00 uur
en dinsdag van 12:00 - 14:00 uur bij
Lokaal 7, FM 107.4 en Lokaal7-app
en maandag van 19:00 - 21:00 uur bij HTR - ZIGGO Kanaal (1)917
en natuurlijk 24 uur per dag
via onze website.

Ruuds verhalen

De boodschapper

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Ruud

De boodschapper

“Petrus”, zei Gabriël, “ik ga dit jaar weer eens naar Best, het is nu een kleine tachtig jaar geleden, dat ik daar geweest ben en ik ben benieuwd, of daar nog iets spectaculairs gebeurd is”. Zo gezegd, zo gedaan. De dag voor Kerstmis spreidde Gabriël zeen grote, aartsengelachtige vleugels, om na een voorspoedige vliegreis en een niet te overtreffen glijvlucht, een perfecte landing te maken, op het dak van het nieuwe, luxe appartementencomplex: “Oranjestaete”, schuin tegenover het gemeentehuis van Best. “Zo, dat heb ik ‘m toch maar weer gefixt”. In al die tweeduizend jaar, dat hij de verre vlucht naar de aarde maakte, was het op een paar kleine incidentjes na, altijd foutloos gegaan.
Hij wist niet wat hem overkwam toen hij, nadat hij zeen vliegbril had afgezet, om zich heen keek. Tachtig jaar geleden zette hij zichzelf, op precies dezelfde plek, aan de grond; maar indertijd zag het er heel anders uit. Hij kon toen ternauwernood een kippenren en een hondenhok ontwijken en nu was er geen kip en geen hond te zien.
Hij haalde de plattegrond en ’t reisverslag van zeen laatste bezoek, voor de dag en probeerde zich te oriënteren; maar of ie nou links keek of rechts, hij ontdekte niets bekends meer, of het moest zijn, het blinkende haantje van de Odulphuskerk, wat hij in de verte nog net boven de gebouwen uit zag steken.”Toch nog iets vertrouwds”, mompelde hij en sprong met een sierlijke boog in het park, de Koetshuistuin. “Nou” zei hij“, hier hebben ze ook niet stil gezeten”, terwijl hij vol bewondering naar het fraaie grasveld, de vrolijke lantarens, de prachtige vijver en een beetje nieuwsgierig naar het Schotse oorlogsmonument keek.
“Wel jammer van al die lege bierblikjes en aanverwante rommel in het water”, dacht ie bij zich zelf en vervolgde al vleugelklepperend zeen weg, richting Dorpsstraat. Dat dacht ie tenminste; maar het straatnaambordje vermeldde heel eigenwijs: Hoofdstraat. “Als je je niets verbeeldt, stel je ook niets voor”, peinsde Gabriël, heel wijsgerig en stak voorzichtig, via het zebrapad, de weg over naar de Boterfabriek, die tot zeen grote verbazing veranderd was in “Boterhoek”, Vol winkels, die niks met boter te maken hadden, laat staan met de fabricage van het winstgevende smeuïge, gele goedje.
Hij zocht ook tevergeefs naar het oude raadhuis met de, zo typische, trappen en ’t bordes waarvandaan hij, tachtig jaar geleden, zo mooi de dorpsstraat, oh pardon, de Hoofdstraat kon overzien. Daarvoor in de plaats stond er nu een onopvallend, alledaags gebouw, wat na nadere inspectie, ’t huidige gemeentehuis bleek te zijn. ”Dus hier werd al die tijd alles bekokstoofd, wat ik nu tegenkom in het dorp”,. dacht de engel, een beetje schamper. “Was ik nu maar eerder op inspectietocht gegaan”, bromde hij een beetje spijtig. “Hoe halen ze het in hun hoofd, om al die mooie, ouwe dingen af te breken en er zulke bouwsels voor in de plaats te zetten”.
Maar het ergste moest nog komen; want toen hij in de buurt van Nazareth kwam en zag dat het oudste gedeelte afgebroken was, hief hij beide vleugels ten hemel en bad: “Heer, vergeef het hen; want ze weten niet wat ze doen”. Gelukkig was er nog wel een Nazarethstraat, zag ie, een tikkeltje minder ontevreden. Het zou nog erger worden. Toen hij het verzorgingshuis binnenstapte, kwam hij tot de verbijsterende ontdekking, dat de naam van het huis was veranderd, men had, plompverloren, besloten dat het onder geen voorwaarde nog langer Nazareth; maar Kanidas moest gaan heten.

Niet eens naar een edeler houtsoort, zoals eiken, of mahonie; maar kanidas. een naam die aardig goed zou passen bij een klompenfabriek, of desnoods bij een camping; maar zeker niet bij een klooster, wat tenslotte toch van oorsprong het bejaardenhuis was. Gabriël zocht in zijn geheugen, of hij ergens een Sint Kanidas kon vinden; maar waar ie al voor vreesde: die bestond niet en had ook nooit bestaan. Na deze teleurstellende ontdekking; was de engel op het allerergste voorbereid.

Hij liep, al fladderende, zo snel hij kon naar de Odulphuskerk. Daar leek op het eerste gezicht niets veranderd. De kerk en de toren zagen er piekfijn uit. Gevoegd en geschilderd alsof het parochiebestuur wist dat er een aartsengel zou komen inspecteren. De kerstgroep stond er prachtig bij, met in de kribbe een, blij lachend, kindje Jezus en een trotse Jozef, die keek, alsof ie de kerststal zelf had getimmerd. Het engeltje, in de nok, knipoogde eens ondeugend, naar zeen grote neef en gaf stilzwijgend te kennen, dat hier alles pais en vree was. De parochianen waren heel erg tevreden, vooral met hun nieuwe pastoor. Dat mocht ook wel, want de Zeereerwaarde Heren waren, zo langzamerhand, schaars geworden in de Nederlandse kerkprovincie.
De Odulphushof viel wel een beetje tegen, zoals die er bij lag; maar daar werd vruchtbaar over gediscussieerd, hoorde hij in de wandelgangen en hij herinnerde zich nog vaag, dat in de Hof van Eden ook wel eens een verdwaald vijgenblaadje ronddartelde.
Buitengekomen, na zeen bezoek aan de kerk, wilde hij net een flinke aanloop nemen, om over de overwegbomen te springen, toen hij tot de ontdekking kwam, dat die er niet meer waren. “Van één kant wel goed”, lachte hij; want hij meende zich te herinneren, dat hij al eens ooit was gestruikeld toen hij de afstand verkeerd inschatte.
Niets verbaasde hem nog. De Zomerpad was er niet meer, de ouwe huizen van de Stationsstraat, waar ie de vorige keer nog ergens sigaren meegekregen had, voor Sint Pieter, waren als het ware in rook opgegaan. Het karakteristieke stationnetje was spoorloos verdwenen, net als de ouwe school, waar hij bij zeen vorige bezoek, mister Vleuten, op de ouderwetse strenge wijze, les had zien geven. De molen op de Hoge Akker was ook gesloopt; maar daar had hij, bij zeen vorige inspectie, zelf op aangedrongen. Hij was nooit vergeten, dat ie op een donkere, mistige namiddag, met een van zeen machtige vleugels, in de wieken was blijven hangen. De molen was total loss, de beschadiging aan zeen vleugel was onzichtbaar gerepareerd; maar zeen trots liep destijds een flinke, onherstelbare deuk op. Hij was allang blij, dat er aan de woningbouwmolen geen wieken zaten; want anders had ie daar misschien ook mee in de clinch gelegen.

Omdat Gabriël niets herkenbaars meer kon ontdekken, gooide hij de antieke wegenkaart, waar toch niks meer van klopte, een beetje misnoegd, in de vuilnisbak. Na nog een blik op het zo veranderde dorp, hield hij het bezoek voor gezien en vloog, met een engelenvaart, richting hemel, met de vage hoop, dat hij volgend jaar een plaats zou treffen, waar niet die rigoureuze metamorfose had plaatsgevonden zoals in Best. Misschien ging hij wel naar Reusel. Hij werd oud, voelde ie!


© 2011 - 2022 'n Lutske Brabants - dinsdag 29 november 2022 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft - Sponsor: Frans van den Bogaard