Iedere zondag en woensdag
van 11:00 - 13:00 uur bij
ROS-TV-krant,
ZIGGO kan. 43 en Trinet kan. 532
Iedere zondag van 13:00 - 15:00 uur
en dinsdag van 12:00 - 14:00 uur bij
Lokaal 7, FM 107.4 en Lokaal7-app
en maandag van 19:00 - 21:00 uur bij HTR - ZIGGO Kanaal (1)917
en natuurlijk 24 uur per dag
via onze website.

Ruuds verhalen

Diensttijd

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Ruud

Diensttijd

Toen ik een jaar of achttien was kreeg ik van de toenmalige minister van oorlog een uitnodiging om me te melden voor de krijgsmacht. De inhoud luidde: Wij kunnen de oorlog niet winnen zonder u en wilt u zich a.u.b. melden, bij de Koninklijke Marine. In het begin heb ik nog een tijdje zitten wachten of ik ook een uitnodiging van de Burgerlijke Marine kreeg, tot iemand mij vertelde dat die niet bestond. Zo’n beleefd, sympathiek verzoek kon ik natuurlijk niet weigeren. Ik nam afscheid van familie en vrienden en meldde mij op de afgesproken dag in Voorschoten. De eerste vraag die ze me daar stelden was: Rekruut van
der Heijden, kunt u zwemmen. Ik antwoordde verbaasd: Ja, ik zwem als een otter, maar hoezo, hebben jullie dan geen boten? Die hadden ze wel, maar ik kreeg ze de eerste tijd niet te zien.
Het eerste schip wat ik tegen kwam, was van beton en lag niet in een haven, maar midden op de Loosdrechtse hei. De naam van het schip was de Noord Brabant. het was de enige kruiser die op het land kon varen. De andere provincies voeren allemaal op zee. In Loosdrecht werden mij de eerste beginselen van het oorlogvoeren bijgebracht. Bij afwezigheid van zeewater mocht ik mij onderdompelen in droog zand. Toen ik mij daarover beklaagde bij de sergeant van de mariniers brulde die: rekruut, je bent hier om het vaderland te dienen. Ik zei ja, maar niet om het op te eten.
Ze hadden daar ook een eigen marinekapel, die werd bevolkt door rekruten. Dat wil zeggen dat de samenstelling nog al eens wisselde. Zo kon het gebeuren, dat er de ene keer twaalf tamboers en één trompetter langs marcheerde en een week later het omgekeerde. Ik heb daar een tijdje met een overslagtrom meegelopen, dat was het enige instrument wat er, op dat moment, vrij was.
Toen ik, na een week of zes, de helft van de hei in mijn schaftblikje opgeschept had gekregen, mocht ik naar een echt schip, in Den Helder. Het was een oud troepenschip wat in een ver verleden soldaten naar en van Indië vervoerd had. Het deed nu dienst als onderkomen voor een paar honderd marinelui die met smart zaten te wachten op een kennismaking met het ruime sop. De functie van het karkas was: wachtschip. een Toepasselijker benaming, bestond niet, want het lag al een eeuwigheid te wachten, tot het zou vanzelf zou zinken. Het varen was ie al veel jaren afgeleerd.
De grote vaart voor mij begon met een reis van Den Helder naar Texel, in een 8-persoons roeiboot over het Marsdiep. We moesten eigenlijk zeilen leren, maar het zeil was niet veel groter dan een vierkante meter. Als we geen riemen bij ons hadden gehad, waren we nu nog maar halverwege de oversteek geweest en toen haalden we het in een uur of acht. Zelfs ondanks we niet alle acht dezelfde kant op roeiden. We waren nog niet eens de laatsten, want één boot was op Schiermonnikoog aangespoeld. Het enige wat ik daar geleerd heb, was, dat je nooit voorin de boot moest gaan zitten, want daar kwam het meeste water binnen.
De eerste “grote” reis was naar Rotterdam. Dat was me wat. We gingen zo ver de zee op, dat we geen land meer zagen, zelfs niet door een verrekijker. We ervoeren dit al, als het echte matrozenwerk en gingen vanzelf al breed lopen, dat moest je trouwens wel, want ander was je zo over het dek gekukeld. We leerden tussendoor ook de marineuitdrukkingen. Links en rechts was stuur- en bakboord. Een apparaat om bij extreme warmte frisse lucht binnen te halen heette de broek van Bertha, je loon heette katje en tjet baroe was pas geverfd. Veel uitdrukkingen stamden uit het Maleis, zodoende leerden we er zonder erg meteen een vreemde taal bij. Ik gebruik nou nog geregeld Maleise woorden in m’n dagelijkse spreektaal.

Het eerste varende schip, de Orion, was een afgedankte kanoneerboot, die omgebouwd was tot drijvend instructielokaal voor Radarbedieningslessen. Ik had me daarvoor aangemeld, omdat iemand beweerde, dat je dan nooit hoefde te zwabberen of te poetsen.
De eerste beginselen van het touwwerk, dacht ik wel over te kunnen slaan, want ik was bij de padvinders geweest. De platte knoop en de mastworp hadden voor mij totaal geen geheimen. Nou vergeet het maar. Een, nog net niet gepensioneerde bootsman, drukte mij,
met m’n neus, hardhandig op de feiten. Kijk, zei hij, zo’n tros moet je behandelen als een vrouw. Je moet haar altijd gelijk geven, maar wel laten zien dat jij de baas bent. Hij had het over werpankersteek, oogsplits, halve- en hele sjouwerman, mastworp en het laatste was het allemansendje. Als je dat goed in elkaar knutselde, kon je wel admiraal worden. Ik vermoed dat ik hier of daar wat steken heb laten vallen, want ik werd nog niet eens bootsman. Trouwens varende vrouwen waren er toen nog niet op zee. Ik vraag me nu wel eens af of een vrouwelijke bootsman nu bootsvrouw heet en een Jantje: Jaantje of iets dergelijks.
Van Rotterdam waagden we de oversteek naar Londonderry. We dachten eerst aan een voorstad van Londen, maar het bleek een marinebasis te zijn in Noord-Ierland. We waanden ons al ervaren Jannen, dus we waagden een voorzichtig oogje aan de Ierse schonen die in grote getale waren aangerukt, we dachten voor ons, maar dat was een totale misinschatting, want zolang we nog geen streep of een balk op ons jasje hadden, werden we, door de lady’s als niet bestaand behandeld of beter gezegd: niet behandeld.
Na nog wat, heen en weer gedobber, over de Noordzee en aanverwante wateren, werd het tijd om de rest van de grote wereld te verkennen. De Middellandse zee werd het reisdoel. In het kader van het Atlantisch Pact gingen we daar, samen met de marines van de aangesloten landen, oefenen hoe we een eventuele vijand kopje onder konden helpen en, wat voornamer was, om zelf boven te blijven. Dat is aardig gelukt allemaal en we voeren thuis met hetzelfde aantal mensen als we uitgevaren waren. Kort daarna waren mijn diensten niet meer nodig en mocht ik met een hele ondervinding rijker in m’n plunjezak weer naar huis.
Einde oefening


© 2011 - 2022 'n Lutske Brabants - dinsdag 29 november 2022 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft - Sponsor: Frans van den Bogaard